Het krioelt in Mokum!

Wat gebeurt daar in Amsterdam? Treinen komen aan en vertrekken. Honderden mensen stappen in en uit.
Maar, wat krioelt daar rondom het Centraal Station? Ze gaan weg, toch komen ze steeds weer terug…

Lees mee met de avonturen van Dragos de rat, Herrie Berry, Amazilia en nog veel meer krioelende wezens!

Jeannette Moning
schreef deze boeiende fabels
Zij is ‘n echte duizendpoot:
onderwijsspecialist / auteur
ontwikkelaar leermiddelen
en trainer & adviseur bij
Moning onderwijs consultant

Mijn huis

Hallo! Ik ben Dragos een zwarte rat. Dit is een foto van mij, die heb ik op facebook staan. Op deze foto ben ik nog een stuk jonger en mooier. Zo knap ben ik eigenlijk niet meer. Mijn oren zijn inmiddels gerafeld en ik heb littekens op mijn kop en staart. 🙁

Je kunt mijn profiel op faceboek bekijken. Ik heb al heel veel likes. Maar, wat doet dat er eigenlijk toe? Dat zegt helemaal niets over wie ik ben. Mijn ouders hebben mij Dragos genoemd. Je spreekt dat uit als ´Draa-gosj´. Dat betekent in het Roemeens ´vredig´. Dat is wel leuk bedacht, vredig. Ik vraag mij wel af, wat verwacht je dan van mij? Want de wereld waarin we leven met elkaar is niet zo vredig en hoe kan ik zorgen dat het vrediger wordt? Dat vind ik nog niet zo gemakkelijk. Ik doe zoveel mogelijk mijn best.

Dit is een foto van mijn huis. Ik woon hier niet alleen, daar is het veel te groot voor. We zijn hier met een grote groep bewoners. Het is een drukte van jewelste in huis met al die verschillende soorten dieren. Ja, en dan hebben we hier ook nog iedere dag heel veel mensen over de vloer. Van over de hele wereld komen ze naar Amsterdam. Nee, het is absoluut niet saai. Je kunt het soms zo gek niet bedenken, ik beleef hier van alles: spannende, maffe, ontroerende, gevaarlijke, lieve en leuke dingen. Ik zal je vertellen: hier wonen is één groot avontuur.

Straks ga ik je mijn huisgenoten voorstellen. Voordat ik dat doe, vertel ik wat meer over dit bijzondere huis. Mijn huis is namelijk een oud treinstation, het Centraal Station van Amsterdam. Misschien ken je het wel. Het is een statig gebouw en staat op een eiland in het water. Aan de achterkant van het station heet het water het IJ. Het IJ is een deel van een belangrijke waterweg van de Noordzee naar het IJsselmeer. Hier zijn de havens. Als je aan de voorzijde het station uitloopt, kom je in de binnenstad van Amsterdam.

Dagelijks komen en vertrekken van het Centraal Station van Amsterdam 250.000 treinreizigers, allemaal mensen met hun bagage. Ze hebben vaak haast om de trein te halen. Overdag lijkt het wel een grote mierenhoop, met krioelende mensen die elkaar voorbij rennen of verveeld op de trein staan te wachten.

Net als veel andere gebouwen in Amsterdam, is het station gebouwd op houten palen. Het staat op 8.687 houtenpalen om te voorkomen dat het gaat verzakken. In 1889 werd het station geopend. Daarna is het als maar groter geworden, zodat er steeds meer treinen konden rijden. De reizigers kunnen als ze uit de trein stappen zo weer verder reizen. Want naast het treinstation staan bussen, trams, een metro en in het IJ vaart ook een veerpont. Vanuit de hele wereld meren schepen aan in de verschillende havens. Amsterdam is een echte wereldstad!

Ik vertelde al dat we met veel dieren in het stationsgebouw wonen: duiven, kakkerlakken, muizen, spinnen, ratten en nog veel meer dieren. Dan is het soms lastig om je eigen plek te vinden. Gelukkig heb ik een hol waar ik overdag rustig kan slapen. Het is een ruim hol, helemaal voor mij alleen. Naast alle bewoners komen er nog veel meer dieren voorbij in en rond het station, zoals de sperwer, honden, katten, eksters, meeuwen. Teveel om op te noemen. Ik zal je de profielen laten zien van enkele dieren die hier je regelmatig kunt tegenkomen. En wat zo leuk is, ze zijn allemaal bijzonder!

Herrie Berry

Ik ben een stadsduif geboren op de kaasmarkt in Alkmaar. Ik mis een poot en ben daarom gehandicapt. Tegenwoordig woon ik in Amsterdam. Het is hier leuk wonen. In Amsterdam kom ik zoveel verschillende dieren tegen, er gebeurt hier veel. Dat is gaaf, Amsterdam is een wereldstad. Het begint bij mij wel te kriebelen, want ik wil graag meer van de wereld zien.”

Amazilia

Ik ben Amazilia, een jonge duivin met heel veel swag … Als ik aankom vliegen of langsloop, draaien de doffers zich allemaal om en kijken mij na. Mijn vriendinnen vinden mij ook helemaal geweldig. Ik kan heerlijk samen met hen veren poetsen en kletsen.”

Gazza Ladra

Ik ben een echte baas! Ik heb mijn eigen gang van eksters, super wreed. Je kan mij en mijn killersmatjes vinden door heel Amsterdam. Waar wat is te halen, zijn wij. Mijn naam is Gazza Ladra, dat betekent ‘stelende ekster’. Zeg maar gewoon Gazza.”

Jilhan

“Jilhan is mijn naam. Dat is een Turkse meisjesnaam en betekent universum. Het universum is een duur woord voor het heelal. Of het door mijn naam komt dat ik astronomie wil studeren? Dat zou kunnen. Ik heb grote interesse in de theorie van de oerknal.”

Witje

“Ik ben Witje, een labrador retriever, een blinde geleide hond. Ze zeggen wel, dat ik een hele gevoelige hond ben en dat is ook zo. Soms voel ik mij verdrietig, omdat ik nooit meer moeder kan worden. Ik ben gek op treinen en muziek. Mijn baas is violist. Samen met hem reis ik door heel Nederland.”

Ik heb nog veel meer vrienden op facebook. Je komt ze binnenkort vanzelf wel tegen. Zo, nu weet je om te beginnen een beetje meer van mij, waar ik woon en wie ik dagelijks ontmoet op het Centraal Station. Dan ga ik je later vertellen wat ik hier allemaal beleef.

 

 

Smetvrees

Het is nog vroeg in de ochtend. De zon is net opgekomen. Langzaam wordt het station wakker. De eerste treinreizigers lopen naar de gereedstaande treinen. Herrie Berry de stadsduif scharrelt tussen de mensen. Af en toe valt er wat op de grond dat eetbaar is. Een man met in zijn ene hand een tas en in zijn andere hand een croissant laat een spoor van kruimels achter. Ook Amazilia, een stadsduivinnetje, ziet de kruimels. Ze komt naast Herrie Berry staan eten.

Wat sta jij steeds te trappelen naast me?”, zegt ze.

Daar kan ik niks aandoen.”

Ik krijg het van jou op mijn zenuwen.”

Ik heb zo’n jeuk”

Hoe zo jeuk? Het is toch niet besmettelijk hè?”

Dat weet ik niet …”

Een spreeuw vliegt laag over en roept: “Hé Amazilia, pas maar op! Die duif heeft smet!”

Amazilia zet een paar passen achteruit.

Heb jij smet? Zeg dat dan meteen!”

Onmiddellijk neemt Amazilia de vleugels. Met krachtige vleugelslagen vliegt zij stijl omhoog tot boven in het station. Op één van de stalen balken, te midden van enkele andere stadsduiven en twee Turkse tortels zoekt zij een plek. Berry kijkt haar na en ziet hoe Amazilia zich druk koerend tussen de andere duiven nestelt. Eerst hebben de duiven alle aandacht voor Amazilia. Dan kijken ze allemaal tegelijk naar beneden naar Berry. Berry voelt zich heel klein worden. Zijn poot doet zeer en hij voelt zich buitengesloten. Overal waar hij komt, keren de vogels hem de rug toe.

Nu het station tot leven komt, zoekt Dragos zijn comfortabele hol op. Tijd voor ratten om te slapen. Hij is moe en rolt zich op, zijn staart om zich heen geslagen. Het duurt maar even dat hij zo ligt. Hij verandert zijn houding en draait zich op zijn rug. Met zijn scherpe nagels krabt hij over zijn buik. Het is warm in het hol. Die jeuk plaagt hem dag in, dag uit en het houdt hem uit zijn slaap. Na zeventien keer heen en weer draaien, kruipt hij uit zijn hol. Hijgend gaat Dragos naar het licht van de ochtend. Door zijn vacht schijnen rode strepen. Hij wordt gek van de jeuk…

Buiten, vlak naast het hol van Dragos, zit Berry ineengedoken. Af en toe trappelt hij met zijn poot. Als Berry Dragos ziet, schrikt hij.

Ik ga al,” zegt hij en wil wegvliegen.

Dragos kijkt Berry aan: “Mij zit je niet in de weg.”

Berry gelooft Dragos niet en zegt, “Ja, maar ik heb smet.”

Nou en? “ zegt Dragos, “Ik heb jeuk!”

Heb jij ook smet?” vraagt Berry.

Nee, ik heb mijt… en dat jeukt als de ziekte. Een mijt is een klein beestje. Ik heb er wel duizend.”

Berry kijkt Dragos ongelovig aan. “Daar heb ik nog nooit van gehoord!”

Nou het bestaat echt, als je goed kijkt zie je de mijten in mijn vacht krioelen en overal rode plekjes. Daar hebben ze mij gebeten en drinken mijn bloed,” vertelt Dragos.

Berry zijn snavel valt open en tuurt naar de mijten in de vacht van Dragos. “Word jij dan niet door de andere dieren met de nek aangekeken?”

Ja, zeker,” zegt Dragos. Hij trekt zijn wenkbrauwen op. “Zo werkt dat, daar kunnen ze ook niets aan doen.”

Berry tilt zijn poot op. “Kijk mijn poot wordt helemaal zwart.” Eén teen is al verdwenen en één teen is zwart. Het zwarte teentje valt bijna van zijn poot. “Smet vreet mijn poot op,” zegt hij. Berry laat zijn kop hangen.

Dragos slaat een poot om hem heen en zegt: “Kop op, we hebben allemaal wel wat. Jij smet, ik mijt en iedereen krijgt de schijt. Kom we gaan samen wat eten vinden!”

Bijna-doodervaring

 “… en toen ik daar onder water aan het zwemmen was werd ik plotseling tegengehouden. Ondanks dat ik heel erg mijn best deed, kwam ik steeds moeilijker vooruit. Zwemmen werd steeds zwaarder. Ik voelde dat iets als een halsband om mijn nek zat. Ik worstelde om de band van mij af te trekken. Met mijn poten krabde en duwde ik tegen het wurgkoord dat zich alsmaar strakker om mijn nek spande. Ik wist dat ik geen tijd te verliezen had, ik was al langer dan een minuut onder water, … ik werd benauwd en verloor kracht, … toen ging het licht uit. Het laatste wat ik mij herinner zijn de beelden van het groenkleurige water met daarin meedeinende stukken plastic, dopjes, touw … het ging als in slow motion, ik werd heel rustig …”

zwarte rat, fabels uit Mokum, het krioelt in mokum, amsterdamse fabels, Jeannette Moning

Dragos de zwarte rat haalt diep adem. Het is net alsof hij het opnieuw beleeft. Zijn ogen staan angstig en rond zijn snuit parelen druppeljes zweet. Een grote groep dieren luistert naar Dragos zijn verhaal. Het is krap in de oude rioolbuis. Een muis is op de rug van een rat gaan staan, de zoetwaterkreeft staat vooraan en Rick, een rat met een grote neus, staat achteraan op een leeg plastic potje en kijkt over de groep heen.

Vertel verder Dragos! Wat gebeurde er toen? Hoe heb je je bevrijd?”

Ik heb mijzelf niet bevrijd. Nee, dat was te mooi om waar te zijn. Als Ali er niet was geweest, had ik het niet kunnen navertellen. Ali was mijn redder. Hij heeft die snoekbaars verjaagd …”

Wat zeg je nou? Ali, snoekbaars? Hoe zit dat?” Het groepje dieren in de rioolbuis is bloednieuwsgierig. De ratten dringen zich in de nauwe buis naar voren om Dragos zijn verhaal te horen.

Ja, op het moment dat ik mijn bewustzijn verloor zwom een snoekbaars voorbij. Die snoekbaars zag in mij wel een lekkere hap. Hij opende zijn grote bek met zijn scherpe tanden en toen …”

jeannette moning, snoekbaars, fabels uit amsterdam, het krioelt in mokum

Hoe weet jij dat nou, jij was buiten westen!”, merkt Rick Reuzeneus van achter uit de groep scherpzinnige op.

De ratten praten druk door elkaar en kunnen niet wachten om de ontknoping te horen.

Ssst, stil nou! Laat Dragos vertellen!”

Ja, ik was bijna dood. Gelukkig zag Ali alles gebeuren. Hij zat op een meerpaal en keek uit over het water, toen hij net zijn veren aan het drogen was. Ali is een aalscholver, weet je. Hij keek naar beneden en daar in het water zag hij een grote snoekbaars. Op datzelfde ogenblik, toen de snoekbaars zijn grote bek met scherpe tanden opende, zag Ali dat ik verstrikt zat in het plastic. De eerste hap van de snoekbaars was mis, hij beet in het plastic. Dat was mijn geluk. Ali twijfelde geen moment en dook het water in. Hij trok mij met plastic en al omhoog en bracht mij naar de kant. Met zijn scherpe snavel knipte hij het plastic rond mijn nek los. Zo heb ik op het nippertje de plasticsoep overleefd.”

Dragos kijkt de andere ratten met een big smile aan. De toehoorders klappen en geven hun reacties: “Heftig verhaal Dragos! Dat was spannend! Levensgevaarlijk!”

Ik ben bijna dood gegaan doordat de mensen al zo´n honderd jaar lang overal hun plasticafval laten slingeren. Het water in de grachten, het IJ, de Noordzee en de oceaan zijn zwaar vervuild door de mens. Het is als het ware een grote plasticsoep. Ik kan het gelukkig nog navertellen. Veel dieren niet. Op een gruwelijke wijze en vaak heel langzaam, sterven dieren in het vangnet van plastics.”

Wat ga je met je verhaal doen, Dragos?”

Ik weet het niet, … ik ga het denk ik aan iedereen vertellen; niet alleen aan mijn vrienden, ik ga het aan iedereen vertellen die het maar horen wil, ik ga de dieren waarschuwen. Wat kan ik anders doen?” Dragos kijkt de groep dieren rond. De grote glimlach is allang van zijn gezicht verdwenen. Hij kijkt treurig en laat zijn schouders hangen. “Ik kan het helaas niet alleen …”

Van achter uit de rioolbuis klinkt zachtjes getrommel. Een vast ritme klinkt steeds luider in de buis. De dieren kijken om en achter hen staat Rick Reuzeneus op het plasticpotje met één poot de maat te slaan en hij rapt: “Plastic, fantastic … plastic, fantastic … plastic, fantastic …”

Matties, we gaan met elkaar rappen!”

Plastic, fantastic … plastic, fantastic … plastic, fantastic …”

dieren fabels, het krioelt in Mokum, Jeannette Moning, plastic afval, plastic soep

De pest aan terrorisme

 

Amsterdam, zomer 1663

Boven in het grote pakhuis De Appel aan de Brouwersgracht vindt de kleine zwarte rat Keila een schuilplaats. Ze was bang, heel bang. Zo bang was ze ook toen ze met haar familie nog in Portugal woonde en het leven gevaarlijk was. Groepen bruine ratten vielen zwarte ratten aan, vermoordden hen en aten de zwarte ratten op. De bruine ratten hadden de macht in de stad in handen. Ze geloofden dat ze beter waren dan wie ook. De zwarte ratten waren de verschoppelingen. Ze kregen overal de schuld van, zonder dat ze daar iets mee te maken hadden. Dat was de reden dat Keila en haar familie zich verstopten op een groot vrachtschip in de haven van Lissabon. Na dagen varen kwamen ze aan in Amsterdam. Eigenlijk houden zwarte ratten niet zo van water. Toch hoopte de familie van Keila in dit zompige land op een beter leven.

Vlakbij een goot met stinkend afvalwater dat de Brouwersgracht inloopt, stond een groepje bruine ratten haar op te wachten. Keila had de groep gelukkig snel in de gaten, ze rook de bruine ratten op afstand. Snel klom ze langs de kadewand de andere kant op, buiten het zicht van dat bruine schorriemorrie. Zo stond ze voor het pakhuis De Appel en keek naar het indrukwekkende hoge gebouw.

In Amsterdam zijn zwarte ratten in de meerderheid. Toch moet je goed oppassen voor die kleine groepjes bruin tuig die bij de gracht rondzwerven in de schemer. Als ze honger lijden zaaien ze dood en verderf. Is er genoeg voedsel dan zijn het grote pestkoppen.

Keila kijkt op haar gemak rond in het grote pakhuis gevuld met de grondstoffen voor de bierbrouwerijen hier aan de gracht. De zolder van het pakhuis De Appel is hemels, voldoende gerst om alle ratten in Amsterdam te voeden! Genoeg eten is er niet voor iedereen in Amsterdam, weet ze. Niet alleen dieren, ook veel mensen lijden honger en zijn ziek. Er komen steeds meer mensen hier wonen en de stad breidt zich razend snel uit. Het zijn barre tijden. Ook waart in de stad het spook rond van de pest. Vooral de arme mensen die, in kleine steegjes, in vieze krotten wonen en onder de vlooien en luizen zitten, krijgen de pest. De pest is een dodelijke ziekte. Binnen enkele dagen treedt de dood in, de Zwarte Dood.

Nadat Keila zich dik en rond eet met gerst, gaat ze rustig slapen. Glimlachend bedenkt ze: “ik heb het zo slecht nog niet.”

Amsterdam, 31 augustus 2018

Als Herrie Berry aan het eind van de middag aan komt vliegen op het Centraal Station van Amsterdam, hoort hij de duiven op het perron bij de roltrap druk met elkaar praten. Ze wapperen nerveus met hun vleugels en hebben een verhit gesprek. Daar moet hij meer van weten.

Celestine, heb je het gezien vanmiddag?” vraagt Amazilia aan het duivinnetje dat naast haar staat.

Celestine knikt met haar kop: “Ja, ik stond er naast! Toen ik zag wat er gebeurde ben ik meteen weggevlogen.”

Herrie Berry vliegt een klein rondje en maakt, ondanks zijn gehandicapte poot, een zachte landing. “Wat heb ik gemist vanmiddag? Ik hoor net iets over een terroristische aanslag!”

Weet je dat dan nog niet? Het station is door politie afgezet en de treinen stonden stil. Dit heb ik nog nooit meegemaakt.” Amazilia kijkt om zich heen. Haar ogen rollen schrikachtig heen en weer.

Nee, ik weet van niets,” zegt Herrie Berry. “Ik was vandaag een dagje uit op de Albert Cuypmarkt.” Hij kijkt de twee duivinnen ongeduldig aan. “Vertel, wat is er gebeurd?”

Ik had net allemaal koekkruimels gevonden, toen ik werd opgeschrikt door gegil van mensen om mij heen. Ik stond er midden in! Een jongeman met een mes stak op mensen in. Hij viel ze zo vanuit het niets aan. Het zag er verschrikkelijk uit! Mensen lagen op de grond en allemaal bloed!” Celestine houdt de punt van haar vleugel voor haar snavel.

Amazilia vult Celestine aan: “De politie reageerde als door een wesp gestoken. Ze stonden er meteen. Een politieman schoot met zijn pistool de man met het mes neer. Die man met dat mes, dat was een terrorist!”

Waarom een terrorist?” vraagt Celestine.

Amazilia trekt een serieus gezicht en zet een gewichtige stem op: “Ik hoorde zeggen dat deze man uit een ver land komt waar oorlog is. Het leven en de gewoontes in zijn vroegere thuisland verschillen heel erg met die van ons land. Hij voelt zich hier niet serieus genomen, hij voelt zich niet erkend en gerespecteerd. Met deze aanslag stelt hij een daad en komt op voor zijn eigen volk.”

Langs het perron stopt een trein, opent de deuren en braakt een horde treinreizigers uit. De duiven fladderen koerend op, het gesprek vervliegt in het lawaai van remmende en vertrekkende treinen.

 

Amsterdam, heden

Als Dragos in de vooravond de slaap uit zijn ogen wrijft, trippelt hij eerst een rondje. In het schijnsel van de lampen boven het perron ziet Dragos zijn jongere neefje Rick Reuzenneus aan komen. De zwarte rat op leeftijd vindt het altijd leuk als zijn neefje op bezoek komt.

Goedenavond Dragos, hoe gaat het met je?”

Jij ook een goede avond en een goede nacht toegewenst. Met mij gaat het goed. Ik vind het fijn dat je mij komt opzoeken. Wat is het goede nieuws in de wereld?”

Rick is nieuwsgierig aangelegd en weet de laatste nieuwtjes te vertellen: “Het houdt niet op: aanslagen, overvallen, terreurdreigingen, afpersingen. Ik heb geen enkel goed nieuws te melden. De wereld staat in brand en laat zich van zijn slechtste kant zien.”

Tja, dat is ook een deel van onze wereld,” mompelt Dragos.

Rick verwondert zich hierover. “Wat is dat? Verbaast je dat niet? Waarom doen dieren zulke verschrikkelijk dingen?”

Rick, dat hoort bij ons. Dat zit in ons allemaal, een beetje meer of een minder. De situatie waar je je in bevindt kan daartoe leiden.”

Kom op, Dragos! Je wilt mij toch niet vertellen dat jij en ik ook daartoe in staat zijn?”

Jawel, dat wil ik jou vertellen. Het probleem is al zo oud als de wereld. Onder bepaalde omstandigheden kunnen deze verschrikkingen gebeuren. Als armoede en honger heersen, dieren zich verheven voelen boven andere dieren, dieren hebzuchtig zijn en de macht willen, kan het slechtste in het dier boven komen. Hierdoor kunnen dieren anderen onderdrukken, buitensluiten en vermoorden.”

Rick kijkt een beetje radeloos naar Dragos. “Wat kunnen we doen?”

Dragos kijkt Rick aan, knijpt zijn ogen een beetje dicht, laat een stilte vallen en vertelt:

Sam en Moos lopen door de Kalverstraat.

Sam ziet een spiegel op straat liggen.

Hij pakt de spiegel op en kijkt erin en zegt:

“He, die gozer ken ik!”

Waarop Moos de spiegel afpakt en ook erin kijkt en zegt:

“Ja logisch, dat ben ik!”

Dragos lacht luid om zichzelf: “In Amsterdam mag iedereen zijn wie hij of zij is. Als we maar voor elkaar blijven zorgen. Versta mij goed, aan terreur heb ik hardgrondig de pokkepest!”

Chillen

De zon schijnt uitbundig op de schuine helling langs de spoorbaan. Dragos ligt in het gras en geniet zichtbaar van de warme voorjaarszon. Vanochtend heel vroeg heeft hij de trein genomen van het Centraal Station naar Station Sloterdijk. Een rat wil ook wel eens wat. De warmte van de zon op zijn zwarte velletje maakt hem loom. Hij krabt over zijn buik. Een zonnebad is goed tegen die hardnekkige jeuk die hem de hele winter heeft geplaagd. Er is net een trein gepasseerd en de konijnen huppelen vrolijk op het groene talud langs de spoorbaan.

Dan zit er verandering in de lucht. Een groepje eksters komt aanvliegen en landt op het gras langs het spoor. Met hun schor en ratelend geschreeuw eisen de zwart-witte vogels met lange staart alle aandacht op. Geschrokken schieten de konijnen hun hol in.

“Ewa, jij chicky, kommez hier jij …”, krijst Gazza Ladra de grootste ekster. Een klein bruin konijntje zit nog in het gras. Gazza loopt langzaam naar het angstige diertje. Dreigend steekt hij zijn vleugels naar voren. Hij gebaart zijn vrienden te komen, “kom matties, wij zijn welkom bij dit konijntje”. “Dusji wil met ons spelen, fnitan?

“Ik ben je schatje niet,” werpt het konijntje dapper tegen.

De andere eksters volgen het voorbeeld van hun leider en vormen een nauwe kring om het konijntje. Dragos richt zich enigszins op tussen de grassprieten en kijkt toe hoe de eksters het konijn ingesloten houden. In zijn uppie kan hij niets voor het konijn betekenen. Met zijn buik plat tegen de grond sluipt Dragos door het gras naar een nabijgelegen konijnenhol en verschuilt zich in de ingang.

De eksters zijn steeds dichter bij het konijn gekomen. Vanuit het gat in het talud klinkt het luid: “Ewa, wat zijn jullie aan het doen?”

De eksters houden hun blik op het konijn gericht. Eén van de groep antwoordt: “wij zijn aan het chillen man.”

“Nakken sukkels, laat dat konijn gaan!”

De eksters draaien tegelijk hun kop naar waar het geluid vandaan komt. Ze kijken in de ogen van Dragos. Dan duikt de groep eksters plotseling tegelijk in de richting van Dragos, die dieper het konijnenhol inschiet.

Het kleine konijn maakt gebruik van het moment en rent een veilig hol binnen. De eksters laten het er niet bij zitten. Schreeuwend staan ze met hun scherpe snavels voor de ingang van het hol waar Dragos zicht verbergt. Poe, dit kan wel even duren.

Intussen staat één van de eksters op de rails en kijkt aandachtig naar één punt. Blinkt daar iets? Gazza is de eerste die de ekster ziet staan turen. Hij kijkt gespannen toe. De ekster trekt met zijn snavel iets glinsterend onder de stenen te voorschijn. Een briljanten ring weerkaatst de zonnestralen. Daarna draaien alle eksters zich om. Ze kijken eerst nieuwsgierig naar het glimmende sieraad en daarna één voor één naar Gazza. Als alle ogen weer op hem zijn gericht zegt Gazza op dwingende toon: “Brada, geef mij die bling bling.”

De kleine ekster met de glimmende ring rond zijn snavel wipt van de rails om een voorbij denderende trein te ontwijken. Gazza springt naar hem toe en krijst: “Geef hier, dat is heel veel doekoe!” De kleine ekster vliegt met de buit naar de overzijde van de spoorbaan. Een tweede lange gele trein uit de tegenovergestelde richting raast voorbij. Wanneer de trein is gepasseerd, blijkt ook de kleine ekster verdwenen. Gazza vliegt op en schreeuwt “Dashen!” Alle eksters vliegen razendsnel op en vertrekken achter Gazza aan.

De rust is weergekeerd. Met een brede grijns stapt Dragos uit het konijnenhol in de volle zon. De konijnen laten zich ook voorzichtig weer zien. Dragos steekt zijn hand omhoog, zwaait en roept de eksters na: “Laterzzz!!!!”

Nu huppelt het kleine konijntje naar Dragos en bedankt hem. De grote rat slaat zijn armen om het konijntje, geeft een dikke hug en zegt: “Goed gedaan hoor, samen zijn we sterk!”

Laat OMA thuis!

De trein richting Schiphol heeft een vertraging van ruim 10 minuten,” klinkt de stem van de dame door de intercom. In de hal van het Centraal Station is het een drukte van belang. Reizigers staan te dringen voor de informatieborden, anderen rennen naar het perron. Daartussen drentelt het kleine rode stadsduivinnetje Amazilia. Op het Centraal Station is ze een opvallende verschijning. Herrie Berry en nog twee mannelijke stadsduiven draaien koerend rondjes om haar heen. Ze vegen met hun staart over de grond en buigen hun nek. Amazilia haar bijzondere verenkleed, haar gracieuze bewegingen, haar snelheid brengen vele doffers hun kop op hol. Ze geniet zichtbaar van alle belangstelling die ze van de mannetjes krijgt.

Langs de muur ziet Amazilia On-li, een kleine zwarte muis, wegrennen. On-li verbergt zich even achter een prullenbak naast een kiosk. Amazilia trippelt naar haar toe.

Hallo, On-li wat ben jij aan het doen?” vraagt ze.

Ik heb net afscheid genomen van mijn verre neef uit China. Die reist vandaag met de internationale trein naar Duitsland.”

On-li haar voorouders komen uit China. Dat kun je zien aan haar bruine buik, de vorm van haar oren en je kunt het horen wanneer ze Chinees spreekt met haar familie. Ze is afstammeling van een tan muis.

Ik vind afscheid nemen moeilijk,” zegt ze. “Ik voel mij daarna altijd heel akelig en zo alleen.”

Amazilia kijkt On-li met grote ogen aan. “Oh, heb jij daar last van? Nou ik niet, daar heb ik nooit last van. Wat kleinzielig van je, dat is niet goed voor je, hoor.”

On-li houdt zich stil. Op dat moment gooit een mens iets in de prullenbak en Amazilia vliegt op. On-li rent langs de muur de lange gang in naar de perrons. Ze verbergt zich achter een wieltje van een afvalkar. Het vervelende gevoel dat ze had, is nog erger geworden. “Is het zo vreemd dat ik moeite heb met afscheid nemen? Ben ik dan zo’n overgevoelige muis?” vraagt ze zichzelf af.

In de stationshal ziet Amazilia Dagmar. “Hallo Dagmar, heb je gehoord dat On-li haar neef uit China op bezoek heeft gehad?” Dagmar is een duivinnetje met een blauw grijs verenpak en op de vleugels twee brede donkere strepen.

Nee, dat wist ik niet. Wat leuk voor On-li.”

Ik weet niet of het wel zo leuk was. On-li was helemaal van slag bij het afscheid.”

Ohh?”

Ze maakte er een heel drama van.”

Op het moment dat Amazilia de stationshal uit loopt en op het plein voor het Centraal Station staat, treft ze Corrie, een oude spreeuw. “Goedemiddag Corrie,” zegt Amazilia. Corrie houdt wel van een praatje. “Nou, wat een regen hebben we vanochtend gehad. Nou, nou, nou … Ik was kletsnat en koud tot op mijn botten. Nou, gelukkig schijnt de zon weer.” Amazilia trekt een verbaasd gezicht. “Wat een gezeur, je lijkt wel een oude oma. Je kunt toch wel tegen een beetje water? Hier bij het Centraal Station is zat plek om te schuilen. Dat weet je toch? Ik kan het je zo aanwijzen.”

Corrie verslikt zich bijna in een restje pizza dat ze net had opgepikt. Ze spuugt het eten uit en kijkt Amazilia daarna met grote ogen aan. Die woorden komen hard binnen bij Corrie. Gelukkig heeft ze haar woordje altijd klaar. Ze haalt diep adem en slaat een stevige toon aan: “OMA? … Hoe durf je! Waar haal je het vandaan? Je bent zelf een OMA! Je Oordeelt, je geeft je Mening en je geeft Advies. Dan ben je een echte OMA … en op OMA’s zitten wij hier niet te wachten!”

Noodrem

Een blikje vliegt met een boog door de lucht en valt op de spoorbaan. Een tweede blikje volgt. Gericht, strak en trefzeker raakt het blikje het eerste blikje. Gejuich stijgt op van perron 10a. Een groep jongens met flessen en blikjes in de hand wachten op de laatste trein. De jongens dragen een rode muts, met een witte rand en een wit bolletje. Ze lachen, schreeuwen, duwen en trekken aan elkaar. Een jongen grist een muts van het hoofd van een andere jongen. Hij rent met de muts rond en gooit de muts op de spoorbaan. Een luid gelach stijgt op.

Hey Wesley waar is je muts?”

Wesley wat ben je kaal, man!”

Wesley kijkt eerst links, dan rechts en springt van het perron de spoorbaan op. Vlug pakt hij zijn muts en klimt op het perron. De groep juicht en begint luid te zingen. Een tweede muts vliegt door de lucht en belandt ook op het spoor. Terwijl één van de jongens zich losmaakt uit de groep en zonder nadenken op de rails springt, komt een goederentrein met een vaart aanrijden. Een oorverdovend geluid, piepende remmen, gillende mensen en rond spattende vonken vullen het treinstation.

 

jeannette moning, het krioelt in mokum, amsterdamse fabels, rat

Dit is onze Rick Reuzeneus!

Pas goed op hem Dragos. Hij doet alles wat gevaarlijk is.”
Met een strenge blik neemt Dragos zijn neefje Rick op. Hij stelt op een vriendelijke toon zijn zus, de moeder van Rick, gerust: “Dat zal wel meevallen, ik houd deze jonge rat goed in de gaten.” Het is stil in het Centraal Station de meeste bewoners slapen en er is geen mens te zien. Een enkele goederentrein rijdt door het station.

Wat gaan we doen Dragos? Gaan we wat leuks doen?” Rick kijkt vol verwachting naar zijn oom Dragos.

Rustig aan. We kunnen wel even naar de boom kijken. Voor het station staat sinds vorige week een boom.” Dragos gaat met Rick op pad. Rick rent zijn grote neus achterna en is zo vlug als water. Dragos haast zich om hem bij te houden. “Pas, op. Stop! Niet te hard. Eerst luisteren en dan …” Rick houdt van risico’s, hij heeft een onbedwingbare drang zijn grenzen op te zoeken. “Je zou denken dat het nu rustig is, maar er dreigt altijd gevaar,” zegt Dragos.

Wat is er nou gevaarlijk?” vraagt de kleine zwart glanzende rat met ondeugende ogen.

Nou uhh, gevaarlijke roofdieren. Vanochtend nog, na zonsopgang, hier naast het Centraal Station was het raak. Een jonge Turkse tortelduif werd gegrepen door een sperwer.”

Rick kijkt Dragos enthousiast aan: “Wat gaaf! Zo’n razend snelle vogel met felle ogen? Heb jij het gezien?”

Ja, die jonge duif lette even niet goed op.”

jeannette moning, het krioelt in amsterdam, fabels uit mokum, sperwer
Nou, dat kan mij niet gebeuren.”

Nee, jij moet oppassen voor de steenmarter.”

Rick houdt zijn pas in en draait zich om. “Steenmarter? Wat is een steenmarter?”

Op een rustige toon vertelt Dragos: “De laatste tijd verdwijnen hier in het Centraal Station regelmatig op onverklaarbare wijze muizen en ratten. Zonder een spoor achter te laten zijn al tientallen verdwenen.” Rick zet grote ogen op. “Ze zeggen dat er een steenmarter in het Centraal Station is komen wonen.” “Heb je hem al gezien?” vraagt Rick nieuwsgierig.

Nee, ze zijn heel schuw en heel vlug. Een steenmarter is een roofdier dat ’s nachts op ratten, muizen en duiven jaagt. Overdag verstopt hij zich op een warme droge plek.”

Hoe ziet hij eruit?” vraagt Rick.

Bruin met een witte bef, een staart, een lang lichaam en korte poten. Hij heeft een grote bek met scherpe tanden.”

jeannette moning, amsterdamse fabels, het krioelt in mokum

Echt waar? Wat gaaf! Hoe weet je dat? Wie kan ons meer vertellen? ”

Dragos schudt zijn kop. “Ik heb geen idee waar ik het heb gehoord. Het zal wel waar zijn.”

Zullen we dan op zoek gaan naar het hol van de steenmarter?” vraagt Rick. “Dat is tenminste spannend! Ik ruik de steenmarter.”

Rick, ik heb je moeder beloofd dat ik voorzichtig zal zijn met jou. Dan gaan we niet op steenmarterjacht.”

Rick hoort zijn antwoord niet. Hij rent vooruit op zoek naar de steenmarter. Onderweg komt hij Jill tegen, een slanke bruine rat.

Jill ga je mee, we gaan op zoek naar de steenmarter.”

Jill is meteen enthousiast: “Yes, chill hé!”

Zo sluiten zich nog een vijftal jonge ratten aan bij het onderzoeksteam. In sneltreinvaart rennen de ratten achter elkaar aan.

Follow the leader!” gilt Jill.

Dragos volgt de groep hijgend. Hij kijkt bedenkelijk. De controle over de groep heeft hij inmiddels verloren. Dicht bij hen in de buurt blijven is de enige remedie. Ze rennen vooruit. Dragos ziet geen kans de groep onbezonnen jonge ratten te stoppen. Een noodrem ontbreekt op deze trein. Ieder gaatje, kiertje, holletje inspecteren de jonge ratten met hun neus. Alles waar ze achter kunnen kruipen, onderzoeken ze.

Ook niks!” roept Rick. “Kom, we gaan buiten zoeken!”

Rick rent met de troep ratten in zijn kielzog het stationsplein op. Ze stoppen voor een gigantisch hoge naaldboom. In de boom hangen duizenden kleine lampjes.

jeannette moning, het krioelt in mokum, amsterdamse fabels, kerstboom op de DamZou hij daar wonen?” vraagt Jill. Alle ratten kijken omhoog.

Dat zou zo maar kunnen, ik ruik hem al …,” zegt Rick.

Plotseling horen de ratten achter zich een kreet van Dragos: “Pas op! De steenmarter! Vluchten!”

Op datzelfde moment zien de jonge ratten een bruin beest aan komen rennen met een witte bef en een lang staart. Het bruine beest heeft korte poten en een lang lichaam.

De ratten vluchten allemaal een kant uit. Rick staat nog als enige voor de boom als aan de grond genageld. De steenmarter rent zijn kant op. Rick komt nu in beweging en vlucht het Centraal Station in. Dan horen ze een luid geblaf.

Kom, Charley schiet eens op. Al dat gesnuffel. Ik wil naar mijn bed.”

Als Dragos achterom kijkt, ziet hij hoe de gevreesde steenmarter een bruine teckel blijkt te zijn.

 

 

 

 

 

 

Gespot

Amazilia is zo juist uit de binnenstad van Amsterdam komen vliegen. Doelgericht vliegt ze met atletische vleugelslagen via de westkant het Centraal Station in. Ze kijkt rond waar haar vriendinnen zich bevinden. Ze heeft haast. Dit nieuws wil Amazalia zelf aan de meiden vertellen. De duivinnetjes zitten op dit moment niet op hun vaste plaats in de nok van het Centraal Station. Op hun plaats treft ze een paar oude doffers en duivinnen aan. Ze zitten diep weggedoken in hun verenpak. Vlug laat ze zich van de bovenste stalenbalk naar beneden vallen. Met gespreide vleugels, even klapwiekend, komt ze elegant op perron 8 terecht. Ook hier ziet ze geen van haar vriendinnen die haar nieuws willen horen.

Amazilia voelt de onrust in haar lijf. Het nieuws moet eruit! Ze wil het delen. Hier droomt Amazilia al jaren van: ontdekt te worden. Zo maar op een doordeweekse dag te worden gespot als model. Het blijkt dus te kunnen. Ze ziet het helemaal voor zich. Met de trein naar Milaan en daar paraderen over de pleinen. Alle duiven staan stil, kijken naar haar, bewonderen haar, koeren haar toe, buigen hun koppen. Daarna gaat ze onmiddellijk weer door naar Londen, Brussel en Parijs. Duizenden duiven die haar bewonderen: haar schoonheid, haar gratie, haar prachtige rode verenkleed met parelmoerkleurige nekveren. Duiven doen hun best om een blik van Amazilia op te vangen.

jeannette moning, fabels uit Amsterdam, het krioelt in Mokum, duiven

Als Amazilia op de Dam komt ziet ze eindelijk haar vriendinnen. De meiden zitten gezellig in het zonnetje in een rijtje op een rand van het Paleis. Vrolijk komt Amazilia aanvliegen en roept al van verre: “Hey, smatjes moet je horen! Wat ik nou heb vernomen, niet te geloven, het is echt mogelijk! Ik had het altijd wel gedacht.”

De duivinnetjes draaien tegelijk hun koppen en kijken Amazila haar kant op. “Vlug, maak plaats. Ik moet jullie wat vertellen.”

De duivinnetjes gaan opzij en precies in het midden van de groep landt Amazalia. Alle ogen zijn gericht op haar. Als ze zeker is dat iedereen naar haar kijkt, begint ze te vertellen: “Weten jullie wel dat bij ons op het Centraal Station een duif is gespot als model?”

Amazilia laat even een stilte vallen zodat het nieuws binnenkomt.

Ja, echt. Eén van de duivinnen hier uit de stad is beroemd, helemaal Gucci! En jullie kennen haar allemaal wel. Ze heeft heel veel ‘Swag’!”

De duivinnetjes kijken Amazilia met grote ogen aan.

Swag?” vragen ze in koor.

Ja, uitstraling.”

Wie is dat dan? Vertel, wie?”

De dames zijn nieuwsgierig en hangen aan Amazilia’s snavel. Amazalia geniet van de aandacht die ze krijgt. Zij weet iets wat de anderen niet weten. Dat geeft haar een gevoel van macht.

Nou, ik moet er weer van Dior!” Amazilia springt van het randje, laat zich vallen en komt in een sierlijk glijvlucht midden op de Dam te staan. De duivinnetjes zien haar gaan en volgen onmiddellijk.

jeannette moning, fabels uit Amsterdam, het krioelt in mokum, duiven
Amazilia trippelt parmantig op het plein tussen de mensen en de duiven die hier lopen. Haar snavel steekt ze in de lucht en de andere duiven volgen haar. “Doe niet zo flauw Amazilia!” roept een stevige duivin met veel witte vlekken. “Vertel verder, wij willen het weten.”

Amazalia draait zich om en kijkt de andere duivinnen aan.

Nou Prada. Op het Centraal Station is een half jaar geleden een duivin gespot en die loopt nu op het Piazza del Duomo. Dat is het mooiste plein van Milaan!” “En wie is dat dan?” vragen de andere duiven.

Amazalia houdt de spanning erin, ze geniet zichtbaar van haar positie.

Ja, ze woont tegenwoordig in het Centraal Station van Milaan. Dat is nog mooier dan ons Centraal Station. Dat station heeft een hele bijzondere bouwstijl. In 1864 werd het gebouwd in art nouveau-stijl. En daarna heeft Arrigo Cantoni het verbouwd naar een neoclassicistisch ontwerp ….”

jeannette moning, fabels uit Amsterdam, het krioelt in Mokum, duiven, modellen, Imaan hammamDe duivinnetjes zijn het nu zat, hun geduld is op. Ze gaan voor Amazilia staan en spreken haar direct aan: “Amazalia, houd op! Zeg nou gewoon, wie is dat nieuwe fotomodel?”

Amazilia kijkt eerst naar links, dan naar rechts en vervolgens naar de groep duivinnetjes.

Ze heet Imaan Hammam.”

De duiven kijken haar aan en vragen in koor. “Wieee….?”

Imaan Hammam …”

Die kennen wij niet.”

Nog noooooit van gehoord …”

Amazalia, je bent in de war.”

De groep duivinnetjes vliegt tegelijk op en laat Amazilia alleen achter op de dam.

“Armani, Amazilia!”

 

Mac Burger

Het geluid van piepende remmen, ijzer op ijzer. De laatste trein rijdt binnen op spoor 14. De reizigers snellen naar buiten en verdwijnen beneden in de gangen onder het station.

Dragos rekt zich uit, gaapt en loopt langzaam langs de rand van het perron. Hij heeft trek. Tijd om op zoek te gaan naar eten. Behendig springt hij op het perron. Vlakbij staat een prullenbak. Zo te zien goed gevuld. Daarin ligt vast wel wat van zijn gading. Een patatzak met satésaus en onderin nog een paar hard gebakken patatjes. Een afgekloven appel en een broodzakje met een beschimmelde boterham. Dragos trekt zijn neus op, hij heeft zin in een betere maaltijd. In een golvende beweging snelt Dragos over het perron, over het spoor. Eerst passeert hij perron 12 en 13. Daarna huppelt hij over de daaropvolgende perrons en sporen. Tussen perron 2 en 3 ziet hij Fedde zitten.

Hey, Dragos!” roept Fedde. “Wat heb jij een haast. Wacht even!”

Dragos houdt zijn vaart in. “Ik ga naar de Mac Burger.”

Wacht op mij, niet zo snel!” Fedde komt hijgend aan sukkelen. Zijn dikke bruine lijf schudt heen en weer, zijn buik sleept over de grond.

Zo Fedde, hoe gaat het met je?”

Ja, wel goed, maar eigenlijk …” antwoordt Fedde.

jeannette moning, het krioelt in mokum, amsterdamse fabels, rattenTijd voor een uitgebreid praatje heeft Dragos niet. Hij loopt alweer verder.

Om eerlijk te zijn, niet goed!” Dragos wacht op de kolossale rat. “Iedereen loopt mij voorbij, niemand heeft tijd. Laatst zat ik vast in mijn hol en niemand kwam mij helpen. Ik heb dagen klem gezeten. Toen ik bijna was uitgedroogd en zwaar vermagerd, kon ik weer loskomen.” Dragos kijkt Fedde aan. “Nee, dan gaat het inderdaad niet goed met je.”

Rustig lopen de twee ratten gezamenlijk naar perron 1. De prullenbakken voor de Mac Burger zijn rijk gevuld. De ratten doen zich te goed aan kip, broodje kroket en hamburger. Fedde valt met een plof op de grond. “Ik kan niet meer, ik zit vol.”

Dragos springt lenig van perron 1, huppelt over de rails, klimt behendig op perron 2 en kijkt hoe Fedde zich met grote moeite huiswaarts sleept. Hij verdwijnt in zijn hol.

Dragos schudt zijn kop. “Dat gaat niet goed,” mompelt hij. Dragos loopt terug naar de ingang van het hol van Fedde. “Kom Fedde, het is nacht, iedereen is buiten. Verstop je niet voor ons.”jeannette moning, het krioelt in mokum, amsterdamse fabels, vuilnis

Nee, niemand heeft tijd voor mij, want ik zie er niet uit. Ik weet het wel, ik ben veel te dik.”

Dragos knikt, “het klopt dat je veel te dik bent en dat is erg ongezond. Maar Fedde je bent meer dan dat. Jij bent niet alleen je ‘dik zijn’, je bent ook een aardige rat die fantastisch kan zingen en schilderen. Je bent slim en je hebt nog veel meer talenten.”

Dank je, Dragos. Dat is niet iedereen met je eens. Ze lachen mij tegenwoordig uit en noemen mij Fatso.”

En daarom eet jij je helemaal vol en verstop je je in je hol,” zegt Dragos. “Nou dat helpt! Je vindt jezelf denk ik ook erg zielig.”

Ja, ik kan er niets aan doen! Als de andere dieren wat aardiger doen en ik meer energie heb, dan zou het wel beter gaan,” reageert Fedde fel op Dragos zijn confrontatie.

Nee Fedde, jij kan er wél wat aan doen. Het ligt niet aan de andere dieren. Je kunt hen niet veranderen. De enige die je kunt veranderen ben je jezelf.”

Ja, maar …,” sputtert Fedde tegen.

Dragos zet zijn betoog voort. “Fedde neem je verantwoordelijkheid. Als jij zo door blijft eten, verandert er niets. Jij hebt alles in je om jouw leven te veranderen. Een kleine verandering kan al grote positieve gevolgen hebben.”

Fedde kijkt Dragos met grote ogen aan. Hij voelt zich overdonderd. Hij heeft in geen tijden met andere dieren gesproken en nu krijgt hij de wind vol van voren. Dragos is altijd vriendelijk en vreedzaam voor hem. Zijn woorden klinken wel erg betrokken en heel serieus. Het maakt Fedde onzeker en tranen wellen op in zijn ogen. Hij voelt zich klein worden. “Ik schaam mij vreselijk voor hoe ik eruit zie en hoe ik loop. Ik voel mij ellendig. Het enige waar in nog plezier aan beleef is eten.” Fedde snikt.

Dank je wel, Dragos. Je hebt gelijk. Alleen … ik …” Fedde kijkt naar de grond en stamelt: “ik weet niet hoe ik kan veranderen …”

Dragos kijkt Fedde aan. “Kop op Fedde. Wat zou er volgens jou moeten veranderen?”

Fedde antwoordt: “Ja dat is duidelijk. Ik moet afvallen.”

Ben je al eens eerder afgevallen?” vraagt Dragos.

Ja, toen ik klem zat in mijn hol,” antwoordt Fedde.

Dus afvallen kun je. Dat is mooi! Als je vanaf nu iedere nacht minder eet en meer beweegt, val je langzaam af,” spreekt Dragos op een besliste toon.

Dat klinkt logisch. Ik weet niet of ik dat kan.” Fedde trekt een zielig gezicht.

Wat heb je daarvoor nodig?” vraagt Dragos.

Hulp, ik kan dat niet alleen. Ik val anders weer in mijn oude patroon.”

Fedde, ik ga jou helpen. Ik ben jouw coach. We gaan samen iedere avond eten en bewegen, zodat dat jij langzaam afvalt en jij je weer prettig voelt. Je zult verrast zijn wat er dan allemaal voor jou gaat veranderen!”

Binnenkort is voor het onderwijs per fabel een lesbrief beschikbaar met een onderwijskundig overzicht.
Dit overzicht legt de verbinding naar de leergebieden en de leervaardigheden van het primair onderwijs.

  •  
  •  
  •  
  •  
  •